Afbrand
Afbrand is het verlies van legeringselementen uit het lasbad door verdamping of oxidatie in de boog. Hierdoor wordt de las armer aan legering en verliest het sterkte, taaiheid of corrosiebestendigheid. De lasser moet dit verlies compenseren met geschikte toevoegmaterialen of beschermende maatregelen.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
In de lichtboog heersen temperaturen boven de 3000 graden Celsius. Legeringselementen met een laag kookpunt verdampen. Daartoe behoren bijvoorbeeld mangaan (kookpunt 2061 graden Celsius) en zink (907 graden Celsius). Andere elementen zoals titanium of aluminium reageren met zuurstof uit de lucht of uit oxiden. Ze vormen oxiden die als slak bovenop drijven of als rook ontsnappen. Daardoor daalt het aandeel van deze elementen in het vloeibare metaal.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Het verlies van legeringselementen verandert de eigenschappen van de lasnaad. Minder mangaan en silicium betekent slechtere deoxidatie en lagere sterkte. Minder chroom betekent lagere corrosiebestendigheid. Het staal kan zachter worden of zijn taaiheid verliezen. Porositeit, scheuren en onvoldoende mechanische waarden kunnen het gevolg zijn. Vooral kritisch is het wegbranden bij hooggelegeerde staalsoorten.
Werkplaatspsychologie & handelingsinstructies
Kies een toevoegmateriaal met een hoger legeringsgehalte dan het basismateriaal. Zo compenseer je het wegbranden. Voorbeeld: Bij MAG-lassen kan het mangaantverlies 10 tot 20 procent bedragen. Gebruik daarom een lasdraad met een overeenkomstig hoger mangaangehalte. Let op de juiste beschermgassamenstelling. Te veel actief gas zoals CO2 versterkt de oxidatie. Werk met een korte boog of puls-techniek. Dat vermindert de oververhitting van het smeltbad. Elektroden met een basische bekleding beschermen het lasmetaal beter tegen oxidatie.