Austenietvormers
Austenietvormers zijn legeringselementen die het austenietrooster stabiliseren. Zij verplaatsen de omvorming naar lagere temperaturen, zodat bij afkoeling minder hard martensiet ontstaat. Daardoor blijft de lasnaad taai en minder scheurgevoelig.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
Nikkel, mangaan, koolstof en stikstof lossen op in austeniet en vergroten het bestaansgebied ervan in het ijzer-koolstofdiagram. Ze verlagen de kritische afkoeltemperatuur waarbij austeniet omzet in ferriet of martensiet. Zo blijft het kvg-rooster (kubisch vlakgecentreerd) ook bij kamertemperatuur behouden. Deze fase is zachter, taaier en niet magnetisch.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Austenietvormers verminderen de hardheid en het scheurgevaar in de warmtebeïnvloede zone. Een te hoog aandeel (vooral bij austenitisch Cr-Ni-staal) kan echter leiden tot warme scheuren. Reden: Puur austenietstructuur stolt grofkorrelig en heeft een lage oplosbaarheid voor verontreinigingen zoals zwavel en fosfor. Deze elementen vormen laagsmeltende films op de korrelgrenzen die onder krimpspanning scheuren.
Werkplaatspraktijk & instructies
Bij het lassen van austenitisch staal altijd een klein ferrietgehalte (3–10 %) nastreven. Dat voorkomt warme scheuren. Controleer de samenstelling met het Schaeffler-diagram: nikkel-equivalent (Ni + 0,5 Mn + 30 C) uitzetten tegen chroom-equivalent (Cr + Mo + 1,5 Si + 0,5 Nb). Voor ongelegeerd staal: koolstofequivalent CEV onder 0,45 % houden, anders martensietvorming door te snelle afkoeling. Voorverwarmen en langzaam afkoelen verminderen het risico.