Barium-inoculatie
Barium-inoculatie bevordert bij gietijzer de grafietafscheiding en vermindert hard, wit structuur. Dit verbetert de taaiheid en de vervormbaarheid.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
Barium-inoculatie werkt in het vloeibare smeltbad als een effectief kiemvormingsmiddel. Het bevordert de vorming van grafiet door het koolstofgehalte te verlagen en de korrelgrootte te vergroten. Dit voorkomt het ontstaan van harde, witte microstructuurbestanddelen zoals martensiet of troostiet.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Voldoende barium-inoculatie zorgt voor een zachte, taaie en vervormbare stolling. Dit vermindert de gevoeligheid voor scheuren en verhoogt de vervormbaarheid van het gietijzer. Bij te weinig of ontbrekende inoculatie kan echter een hardere microstructuur ontstaan, wat kan leiden tot de vorming van hetscheuren.
Werkplaatspraktijk & instructies
Voor een succesvolle barium-inoculatie is het belangrijk om het juiste doseerpunt en de juiste temperatuur tijdens het smeltproces aan te houden. Een typisch doseerpunt is ongeveer 0,1 tot 0,3 % bariumhoudend materiaal in het smeltbad. De inoculatietijd moet tussen 5 en 20 seconden liggen, afhankelijk van de gewenste stollingsstructuur. Bij een te korte of te lange tijd kan het gewenste microstructuur niet worden bereikt.