Dendrietarmafstand
De dendrietarmafstand is de afstand tussen de takken van een dendriet en hangt af van de afkoelsnelheid. Een kleine afstand betekent een snellere stolling.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
Dendrieten zijn kristalstructuren die tijdens het smeltproces ontstaan. Hun takken groeien uit de kern en vormen zo een boomstructuur. De afstand tussen deze takken (dendrietarmafstand) wordt bepaald door de lokale koelsnelheid: snelle afkoeling geeft kleine afstanden, langzame afkoeling grotere.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Een kleine dendrietarmafstand kan leiden tot een fijne en dichte kristalstructuur, wat hogere sterkte en taaiheid biedt. Maar het kan ook leiden tot meer kans op scheuren en hete scheuren, omdat de kristallen dicht op elkaar zitten en geen ruimte hebben om uit te zetten onder spanning.
Werkplaatspraktijk & instructies
Om de dendrietarmafstand te beheersen, is het belangrijk om de koelsnelheid tijdens het lassen te reguleren. Dit kan door het juiste beschermgas te kiezen en de juiste temperatuurprofielen aan te houden. Voor staalsoorten met een hoog koolstofgehalte is een dendrietarmafstand van ongeveer 10-20 µm typisch, terwijl voor lagere koolstofgehaltes een grotere afstand van 30-50 µm de voorkeur heeft. Bij te snelle afkoeling (bijv. door te hoge warmtegeleiding van het beschermgas) kan de dendrietarmafstand kleiner worden, wat risico op scheuren geeft.