Dendritische stollingsarmafstand
De karakteristieke afstand tussen de primaire of secundaire takken van stollende dendrieten, die rechtstreeks afhangt van de lokale afkoelsnelheid en de fijnheid van de microstructuur bepaalt.
De dendrietarmafstand ontstaat tijdens het stollen van de smelt en bepaalt in belangrijke mate de fijnheid van de structuur. Hoe kleiner de afstand, hoe fijner de structuur en meestal beter de sterkte en taaiheid. In de praktijk stuur je dit vooral via de koelsnelheid. Snel afkoelen geeft fijne dendrieten, langzaam afkoelen grove. Een te grove structuur maakt het materiaal bros en gevoelig voor scheuren. Let dus op een gecontroleerde warmteafvoer, vooral bij dikke werkstukken of wanneer je hoge IJzer stelt aan de taaiheid. Te veel warmte in het werkstuk is de meest gemaakte fout – dan wordt de korrel grof en lijdt de las.