Eindkraterpijp
Een puntige holte aan het uiteinde van een lasrups, ontstaan door krimping van het metaal bij snel stollen zonder toevoegmateriaal. Het kan dienen als startpunt voor vermoeiingsscheuren.
De eindkraterpijp ontstaat aan het einde van de lasnaad wanneer je de boog te snel afbreekt en het smeltbad stolt zonder toevoegmateriaal. Het metaal krimpt en vormt een trechtervormige uitsparing, vaak doorkruist door fijne scheuren. Het probleem is dat dit gebied een zwakke, scheurgevoelige structuur heeft en snel kan falen onder belasting. Om dit te voorkomen, moet je de lasnaad niet abrupt beëindigen, maar de lasstroom langzaam terugbrengen of kort op het smeltbad blijven totdat het volledig gevuld is. Als alternatief kun je de krater na het lassen nabewerken en indien nodig opnieuw lassen. Het is belangrijk dat je het einde netjes vult, zodat er geen kerf achterblijft.