Glijband
Glijband is een fijne lijn op het metaaloppervlak die ontstaat door cyclische plastische vervorming. Dislocaties treden naar het oppervlak en laten een trede achter die spanning concentreert. Precies daar starten de meeste vermoeiingsscheuren.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
Onder wisselende belasting bewegen dislocaties in een metaalkorrel heen en weer op bepaalde glijvlakken. Als deze dislocaties aan het oppervlak komen, ontstaan microscopisch kleine treden – men noemt ze extrusies en intrusies. Bij elke belastingswissel groeien deze treden. Ze werken als een kerf en verhogen de lokale spanning sterk.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Lasnaden bevatten vaak eigen spanningen en scherpe overgangen aan de naadrand. Daar vormen zich onder bedrijfsbelasting bij voorkeur glijbanden. Uit een glijband ontstaat snel een microscheur – en daaruit een vermoeiingsscheur. Vooral kritisch is dit bij harde, martensitische structuren: ze kunnen glijbanden niet opvangen door plastische vervorming. Ook een te hoge ruwheid van het naadoppervlak bevordert de vorming van glijbanden.
Werkplaatspraktijk & instructies
Verminder alle kerven aan de lasnaad. Slijp naadovergangen glad (ruwheid Rz < 20 µm). Kogelstralen of naaldstralen creëert druk-eigenspanningen in de buitenste laag – dat vertraagt de glijbandvorming aanzienlijk. Controleer de afkoeltijd t8/5: Bij ongelegeerd staal t8/5 tussen 10 en 25 seconden houden om martensiet te voorkomen. Bij reeds aanwezige glijbanden helpt alleen volledig uitslijpen en opnieuw beoordelen van de naad.