Naadflankhoek
De hoek tussen de bewerkte rand en het oppervlak van het werkstuk bepaalt de toegankelijkheid van de lichtboog voor het lassen.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
De naadflankhoek beïnvloedt hoe goed de boog op de rand kan raken. Een kleinere hoek (bijna loodrecht) verhoogt de toegankelijkheid, terwijl een grotere hoek (minder loodrecht) deze beperkt.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Een te grote naadflankhoek kan ertoe leiden dat de boog niet goed op de rand kan raken. Dit kan leiden tot onvolledige lasvorming en mogelijke scheuren. Een te kleine hoek verhoogt het risico op warmtescheuren en kan het lassen bemoeilijken.
Werkplaatspraktijk & richtlijnen
Voor optimaal lassen moet de naadflankhoek tussen 45° en 60° liggen. Bij te grote hoeken (boven 70°) moet de rand worden gladgemaakt of opnieuw bewerkt. Bij te kleine hoeken (onder 30°) kan het lassen met een grotere boog of een andere techniek worden geprobeerd.