Openingshoek
De openingshoek is de totale hoek tussen de twee voorbereide vlakken van een lasnaad. Het bepaalt hoe goed lasbrander, toevoegmateriaal en beschermgas de wortel van de las bereiken. Een te kleine hoek veroorzaakt hechtfouten, een te grote hoek verhoogt vervorming en lasmateriaalvolume.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
De openingshoek bepaalt hoeveel ruimte er tussen de flanken open blijft. De boog of vlam moet door deze ruimte tot aan de wortel doordringen. Een grote hoek opent de spleet wijd. Hitte en smelt vloeien dan diep in de lasnaad en bevochtigen de flanken goed. Een kleine hoek creëert een nauwe, diepe spleet. De boog verhit dan alleen de bovenste flanken, de wortel blijft koud en ongesmolten.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Bij een te kleine openingshoek blijft de wortel ongelast. Er ontstaan bindingsfouten, slakinsluitingen en poriën. De las breekt onder belasting bij de wortel. Bij een te grote openingshoek moet de lasser veel meer lasmetaal toevoegen. De warmte-inbreng stijgt, het werkstuk trekt meer krom. De langzame afkoeling vergroot de korrel en vermindert de taaiheid.
Werkplaatspraktijk & instructies
Voor stompe lassen aan platen van 3 mm tot 15 mm dikte kies je een openingshoek van 60°. Bij dikkere platen vanaf 20 mm verklein je naar 45° tot 50° om lasmetaal te besparen. Houd de wortelopening 2 mm tot 3 mm en de stompe rand 1 mm tot 2 mm aan. Controleer de hoek voor het hechten met een mal. Las in meerdere lagen als de hoek groot is. Elke laag moet de flanken volledig smelten.