Restzwavel-invloed
Restzwavel-invloed: zwavelgehalten in de smelt kunnen mangaansulfiden vormen, die als lijnen in gewalste structuren leiden tot anisotrope taaiheid. Opgeloste zwavel verlaagt ook de oppervlaktespanning en beïnvloedt de inbranddiepte bij het lassen.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
Restzwavel in de smelt reageert met mangaan tot mangaansulfiden. Deze vormen zich als lijnen in het gewalste korrelstructuur en leiden tot anisotrope taaiheid, waardoor de spanningsoverdracht ongelijkmatig wordt. Opgeloste zwavel verlaagt de oppervlaktespanning van de smelt, wat de vloeigrens verhoogt en de inbranddiepte bij het lassen beïnvloedt.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Een te hoog restzwavelgehalte kan mangaansulfiden vormen, die leiden tot anisotrope taaiheid en de spanningsoverdracht in het korrelstructuur ongelijkmatig maken. Dit verhoogt het risico op scheuren en warme scheuren. Opgeloste zwavel verlaagt de oppervlaktespanning, wat de vloeigrens verhoogt en de inbranddiepte bij het lassen beïnvloedt. Een te hoge inbranddiepte kan leiden tot spanningsopbouw en scheuren veroorzaken.
Werkplaatspraktijk & instructies
Om de invloed van restzwavel te minimaliseren, moet het zwavelgehalte in de smelt onder 0,1 % worden gehouden. Dit kan worden bereikt door een zorgvuldige selectie van het staal en het gebruik van deoxidatiemiddelen. Bij het lassen moet erop worden gelet dat de inbranddiepte niet te hoog is om spanningsopbouw te voorkomen. Een inbranddiepte van 1-2 mm is in de regel veilig.