Scheur (lasscheur)
Een scheur is een scheiding in het materiaal die ontstaat onder trekspanning. Bij het lassen onderscheidt men hete scheuren (ontstaan tijdens het stollen) en koude scheuren (ontstaan tijdens het afkoelen door op harding en waterstof).
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
Voor een scheur zijn twee dingen tegelijk nodig: trekspanning én een plek die die spanning niet aankan. Tijdens het stollen gebeurt dat zo: de korrels groeien naar elkaar toe, ertussen staat nog vloeibare restsmeed, en de krimp trekt ze uit elkaar. Dat is de . De komt later en uit drie richtingen tegelijk: harde structuur, ingesloten waterstof, . Ontbreekt één ervan, gebeurt er meestal niets.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Het tijdstip zegt welke soort je voor je hebt. Hete scheuren verschijnen direct, liggen meestal in de lengte midden in de las, en zwavel en fosfor in het materiaal helpen daarbij, net als een diepe smalle las. Koude scheuren en nemen de tijd, soms een hele dag, en zitten bij voorkeur in de . Daarom zegt een test direct na het lassen weinig. Wie direct afvinkt, vinkt te vroeg af.
Werkplaatspraktijk & instructies
Bepaal eerst de soort, anders behandel je de verkeerde oorzaak. Tegen hete scheuren: naad breder maken, minder warmte toevoeren, toevoegmateriaal met weinig zwavel en fosfor gebruiken. Tegen koude scheuren: , droge elektroden, langzaam afkoelen. En een scheur wordt nooit overgelast. Scheurpunten doorboren, volledig uitslijpen tot voorbij het einde, dan opnieuw opbouwen. Wie eroverheen last, heeft hem twee weken later terug, alleen dieper.