Loslaten van de stroming in de lasnaad
Loslaten van de stroming in de lasnaad leidt tot wervelingen en onvoldoende smeltuitwisseling, wat lokale groefvorming veroorzaakt. Dit treedt op bij te hoge snijsnelheden.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
Bij snel lassen ontstaat een stromingsloslating in de groef, wat de beweging van het vloeibare smeltmateriaal verstoort. Dit leidt tot wervelingen en een ongelijkmatige smeltverdeling, doordat bepaalde gebieden meer worden gesmolten dan andere.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Een stromingsloslating kan leiden tot lokale groefvorming en ongelijkmatige vervorming van de groef. Dit verhoogt de gevoeligheid voor scheuren en vermindert de mechanische eigenschappen van de las. Bovendien kan het leiden tot onvoldoende menging van toevoegmaterialen of deoxiderende middelen, wat de kwaliteit van de naad negatief beïnvloedt.
Werkplaatspraktijk & instructies
Om stromingsloslating te voorkomen, moet de lassnelheid worden verlaagd tot een acceptabel niveau. Dit kan worden bereikt door de lasapparatuur of de materialen aan te passen. Een typisch streefwaarde is een lassnelheid van 10-20 m/min voor veel staalsoorten, afhankelijk van het specifieke materiaal en de gewenste naadkwaliteit.