Onvolledige doorlassing
Onvolledige doorlassing treedt op wanneer het lasmetaal de lasnaad niet volledig doordringt en de wortel niet wordt opgesmolten. Dit leidt tot een verminderd dragend oppervlak en brengt de veiligheid van het werkstuk in gevaar.
Fysisch-chemisch werkingsmechanisme
Onvolledige doorsmelting ontstaat wanneer het lasmetaal onvoldoende energie krijgt om de volledige stootvoeg te doordringen en de wortel volledig te smelten. Dit kan worden veroorzaakt door te lage spanning, te korte warmtetijd of onvoldoende aanvoer van lasmetaal.
Metallurgische relevantie & risico's bij het lassen
Onvolledige doorsmelting leidt tot een verminderde dragende doorsnede, wat de veiligheid van het onderdeel in gevaar brengt. Het kan ook leiden tot scheuren en vervormingen in het lasmetaal, omdat het materiaal niet correct verbonden is. Dit beïnvloedt de mechanische sterkte en de levensduur van de onderdelen.
Werkplaatspraktijk & instructies
Om onvolledige doorsmelting te voorkomen, moeten de volgende maatregelen worden genomen:
• Zorg ervoor dat de spanning van het lasapparaat voldoende hoog is (minimaal 1,5 tot 2 maal het vereiste spanningsniveau).
• Gebruik een warmtetijd van minimaal 3 tot 4 seconden per millimeter dikte van de stootvoeg.
• Zorg ervoor dat het lasmetaal voldoende wordt aangevoerd en dat er geen luchtbellen ontstaan.
• Controleer regelmatig de kwaliteit van de lasnaad door microscopie of ultrasoon onderzoek.