Vanadium (V)
Vanadium vormt in staal zeer stabiele carbiden en nitriden. Deze fijne deeltjes blokkeren de korrelgroei bij hoge temperaturen en houden het weefsel fijnkorrelig. Daardoor stijgen sterkte en taaiheid, maar te veel vanadium maakt het staal hard en scheurgevoelig.
Vanadium is een belangrijk legeringselement in fijnkorrelig constructiestaal. Het vormt fijne carbiden en nitriden die de korrelgroei remmen en de sterkte verhogen zonder de taaiheid te verpesten. Dat is goed voor het lassen, omdat de warmtebeïnvloede zone niet zo snel grofkorrelig wordt. Maar let op: te veel vanadium maakt het materiaal harder en gevoeliger voor koudscheuren. Vooral bij meerlaags lassen of bij spanningsarm gloeien kunnen precipitaten ontstaan die het weefsel bros maken. Dan scheurt de warmtebeïnvloede zone weg. Kijk dus altijd in het materiaalcertificaat hoeveel vanadium erin zit. Pas het toevoegmateriaal aan op het basismateriaal en controleer de warmte-inbreng. Als je gloeit, vermijd dan het kritische temperatuurgebied waar de carbiden precipiteren. Na het lassen kun je de hardheid controleren – als die te hoog is, klopt er iets niet met je parameters.