Waterstofval-effect
Het reversibel of irreversibel invangen van diffunderende waterstof bij roosterfouten, precipitaten of korrelgrenzen. Dit vermindert de hoeveelheid vrij bewegende waterstofatomen en verlaagt het scheurrisico.
Waterstof kan zich in het lasmetaal en in de warmte-beïnvloede zone vestigen en daar schade veroorzaken. Als het blijft hangen aan roosterfouten of insluitsels, is dat zelfs goed, want dan kan het niet meer migreren en schade aanrichten. Het probleem is de vrije, mobiele waterstof die tot scheuren leidt, vooral bij harde microstructuren. In de praktijk betekent dit: je moet de waterstof uit de las krijgen voordat hij te koud wordt. Een langzame afkoeling of een gloeibehandeling direct na het lassen helpt de waterstof te ontsnappen. Als je te snel afkoelt, krijg je een harde, broze microstructuur en blijft de waterstof erin – dan scheurt je las. Dus beter de las warm houden en langzaam laten afkoelen, dat is de veiligste weg.